Hoe lok je de putter (distelvink) naar je tuin?
Eindelijk die prachtige rode borst van de putter, ofwel de distelvink, in je tuin? Het is een van de mooiste vogels die we in Nederland hebben.
Ze zijn dol op distels, vandaar de naam, maar je hoeft je tuin niet vol te planten met stekelige onkruid.
Met de juiste aanpak, wat zaad en een beetje geduld, kun je deze juwelen naar je raam lokken. Laten we beginnen.
Wat je nodig hebt: je basisuitrusting
Voor je begint, is het slim om je spullen op orde te hebben.
Je hoeft niet meteen alles in huis te halen, maar een goede basis maakt het verschil. Denk aan een combinatie van eten, water en een veilige plek. Dit is wat je echt nodig hebt om de putter te verleiden.
- Voer: onthoud dit, want het is cruciaal. Putters zijn zaadeters. Ze zijn gek op kleine, oliehoudende zaden. Haal een goede kwaliteit vogelzaad-mix met vooral kardemomzaad, hennepzaad en klein korens. Swindo's 'Vogelparadijs' of 'Extra' zijn prima, maar een zak 'Goudvinkenzaad' is vaak nog beter. Een kilo zak kost rond de €7,- tot €10,-. Je kunt ze ook losse zaden kopen, zoals kardemom (rond €5,- per 500 gram).
- Voederhuisje of voedersilo. Putters eten graag in groepjes. Een silo met kleine openingen of een open voederbord met een lage rand werkt het beste. Een Simax voedersilo van glas of een stevig kunststof model (rond €15,- tot €25,-) is ideaal. Zorg dat de gaten niet te groot zijn, zodat grotere vogels zoals kauwen niet met de hele voorraad vandoor gaan.
- Water, altijd water. Een vogelbadje is misschien nog wel belangrijker dan voer. Vogels komen niet alleen om te eten, maar ook om te drinken en te baden. Een ondiepe schaal of een speciaal vogelbadje (vanaf €10,-) werkt perfect. Zorg dat het water niet dieper is dan 3-4 cm.
- Stevige planten. Putters houden van structuur. Denk aan een distel, maar ook aan een vlier, meidoorn of een berk. Ze zoeken graag beschutting en een plekje om te zingen. Heb je geen ruimte voor een boom? Plant dan een hoge vaste plant zoals een zonnehoed (Echinacea) of een kardinaalsmuts (Euonymus).
Stap 1: De juiste plek kiezen
De locatie van je voederplek is het halve werk. Putters zijn geen bodemvogels; ze eten liever op een verhoging.
Ze voelen zich het veiligst als ze een beetje overzicht hebben, maar wel dicht bij dekking. Zoek een plekje uit de wind, bijvoorbeeld onder een afdakje of dicht bij een heg. Ze zijn dol op zon, dus een plekje in de ochtendzon of middagzon werkt het beste.
Hang je voederhuisje op ooghoogte, zo'n 1,5 tot 2 meter van de grond. Waarom?
Veelgemaakte fout: De voederplek midden in de volle zon hangen zonder enige schaduw. In de zomer kan het voer snel bederven en vogels zoeken verkoeling. Zorg voor een plekje met een combinatie van zon en schaduw.
Waar je op moet letten
Dan kun jij ze goed zien, en zij voelen zich niet bedreigd door beweging van de grond. Zorg dat er binnen een straal van 5 meter beschutting is, zoals een struik of een boom. Als ze gevaar zien, moeten ze snel kunnen vluchten.
Probeer de plek rustig te houden; vermijd drukke speelplekken of een drukke schuurdeur. Denk ook aan je buren.
Hang het voederhuisje niet pal tegen hun raam aan, want dan kunnen ze de vogels niet waarderen.
Kies een plek waar je er zelf ook van kunt genieten, bijvoorbeeld bij je terras of een raam dat je vaak open hebt staan. Let op dat er geen katten in de buurt kunnen springen. Een afstand van minimaal 1,5 meter van een schutting of muur waar een kat op zou kunnen klimmen, is een veilige basis. Als je een voedersilo neemt, zorg dan dat de grond eronder schoon blijft, om ongedierte te voorkomen.
Stap 2: Het juiste voer en de juiste hoeveelheid
Hier gaat het vaak mis. Putters zijn kieskeurig. Kies daarom voor specifiek vogelvoer voor de putter en gooi niet zomaar een mix voor alle vogels in je tuin.
Ze zoeken specifiek naar kleine, oliehoudende zaden. Je hebt dus een specifieke mix nodig.
Kardemom is hun absolute favoriet. Als je die kunt krijgen, ben je al een eind op weg. Ook hennepzaad en lijnzaad doen het goed.
Je kunt deze zaden los kopen bij gespecialiseerde tuincentra of online vogelwinkels. Een zak van 1 kg kardemomzaad kost ongeveer €8,-.
Je hebt maar weinig nodig per dag. Vul je voederhuisje of silo met ongeveer 50 tot 100 gram voer per dag, afhankelijk van het aantal vogels dat je al ziet. Liever een beetje bijvullen dan een enorme bak neerzetten die bederft. Vooral in de winter (november-februari) eten ze meer, maar ook in het voorjaar tijdens de broedtijd.
Geef ze geen brood, geen pinda's en geen zonnebloempitten met schil. Dat is te groot en te vet.
Putters zijn kleine vogels en hebben kleine snavels. Ze kunnen de grote zaden niet aan. Bovendien trek je met brood juist ratten en duiven aan, die je liever niet in je tuin hebt. Ontdek ook waarom de putter dol is op distels.
Blijf trouw aan het kleine zaad. Als je een mix koopt, kijk dan op de verpakking of er kardemom of hennep in zit. Staat er alleen 'zaadmix' of 'paradijsvoer'? Check de ingrediëntenlijst.
Pro-tip: Meng een klein beetje kardemomzaad door een basis vogelzaad-mix heen. Dit lokt de putters en houdt de kosten een beetje in de hand.
Stap 3: Water en baden – de verleidelijke factor
Zoals gezegd: water is essentiel. Putters zijn gek op water, maar ook het juiste vogelvoer in een distelsilo is onmisbaar.
Ze baden graag en vaak. Een vogelbadje lokt meer vogels dan een voederplek alleen. Zet je badje op een open plek, maar wel in de buurt van beschutting. Zo kunnen ze snel schuilen.
Zorg dat het water schoon is. Ververs het water elke dag, of in ieder geval om de dag.
In de winter kun je een klein laagje water in een ondiepe schaal doen; het hoeft niet diep.
Als het vriest, moet je het badje leeghalen en binnen zetten, of een speciale ontdooier gebruiken (let op: dat is niet goed voor vogels, dus beter leeghalen). Putters zijn kleine vogels, dus een diepte van 2-3 cm is perfect. Ze kunnen dan makkelijk hun veren schoonmaken zonder te verdrinken.
Als je een speciaal vogelbadje koopt, let dan op de rand. Die moet laag en soepel zijn, geen scherpe randen.
Plaats het badje op ongeveer 1,5 tot 2 meter afstand van je voederplek. Dan kunnen ze eerst even drinken of badderen en daarna direct eten. Of andersom. Ze voelen zich veiliger als ze water en voer dicht bij elkaar hebben.
Als je een tuin hebt met katten, kun je het badje op een verhoging zetten, bijvoorbeeld op een steen of een klein tafeltje.
Zo is het moeilijker voor katten om toe te slaan. Zorg dat je het badje elke dag controleert op bladeren en andere rommel.
Stap 4: De lokroep en het geduld opbrengen
Putters zijn sociale vogels. Ze eten graag in groepjes.
Als er één putter je voer heeft ontdekt, volgen er vaak meer. Je kunt ze lokken door hun eigen geluid te maken. Putters maken een zacht, klinkend 'tsjilp-tsjilp' geluid, vaak gecombineerd met een fluitend liedje. Je kunt online een opname van een putter-roep afspelen (niet te hard, gewoon op je telefoon op een meter of 10 afstand).
Doe dit een paar keer per dag, vooral in de vroege ochtend of late middag. Ze zijn het meest actief rond zonsopkomst en zonsondergang. Je hoeft geen dure vogelgeluiden-app te kopen; een simpele YouTube-video volstaat.
Het allerbelangrijkste is: wees consistent. Zorg dat er elke dag vers voer en schoon water klaarstaat. Putters zijn gewoontedieren. Als ze eenmaal weten dat er bij jou te eten valt, komen ze terug. Het kan even duren voordat ze je ontdekken. Soms een week, soms langer. Geef niet op. Blijf elke dag het voer verversen, ook als je nog geen vogel ziet. Ze kijken vanaf een afstandje. Zodra ze zien