De vogelrijkdom van de Maashorst: Grauwe Klauwieren en de Rode Wouw
Stel je voor: je staat in de vroege ochtendmist, ergens tussen Uden en Schaijk. De geur van vochtig zand en jeneverbes hangt in de lucht.
En dan gebeurt het. Een flits van roodbruin boven de open vlakte. Een vlag die beweegt. De Rode Wouw.
Of je hoort een schorre 'kraaa' en ziet een Grauwe Klauwier, een kleine, dappere rover, pronken op een braamstruik.
Dit is de Maashorst. Een gebied dat zo’n beetje het beste van de Brabantse natuur in zich draagt. Voor ons als vogelaars is dit het Walhalla. Je hoeft niet naar Spanje voor de Gierzwaluw of naar Afrika voor de roofvogels.
Het is hier, op de dekzandwallen en in de oude eikenbossen. En als je weet waar je moet kijken, en met welke ogen, dan ontvouwt zich een spectacle van jewelste. Dit is een gids voor wie de Maashorst écht wil leren kennen, met de twee koningen van het gebied in de hoofdrol.
Waarom de Maashorst zo speciaal is voor vogelaars
De Maashorst is meer dan alleen maar bos. Het is een gevarieerd mozaïek van open heide, oude naaldbossen, zandverstuivingen en weilanden.
Die variatie is de sleutel. Want elke vogelsoort heeft zijn eigen favoriete plekje. De Grauwe Klauwier bijvoorbeeld, die houdt van die typische overgangszones: een struikrandje hier, een open stukje daar.
En de Rode Wouw? Die heeft ruimte nodig.
Grote, open gebieden om te jagen op muizen en slangen. De Maashorst biedt dit allemaal, en nog veel meer. Je vindt hier ook soorten die je niet overal tegenkomt. Denk aan de Wespendief, die laag over de bossen scheert, of de Boomvalk, die vanuit een nestkast in een oude eik de boel in de gaten houdt.
En vergeet de nachtelijke bewoners niet. De Nachtzwaluw, die 's avonds laat zijn ratelende geluid laat horen boven de open veldjes.
Kortom, het is een gebied dat beloont. Zeker als je de moeite neemt om de juiste plekken op te zoeken. En dat vereist wat kennis.
De Maashorst is als een goed boek. Je moet de tijd nemen om de bladzijdes te ontdekken. Elk hoekje heeft een ander verhaal.
Kennis van het gebied, en kennis van de vogels zelf. Voor de beginnende vogelaar is het misschien overweldigend.
Zoveel soorten, zoveel geluiden. Maar begin met de twee sterren van het gebied: de Grauwe Klauwier en de Rode Wouw. Zij zijn de sleutel om de rest te begrijpen.
Zodra je die herkent, en weet waar ze zitten, dan openen de deuren zich naar de rest van de vogelrijkdom. En geloof me, er is veel te zien.
De Grauwe Klauwier: een kleine rover met karakter
De Grauwe Klauwier is een vogel die je niet snel over het hoofd ziet, als je weet waar je moet zoeken. Hij is ongeveer zo groot als een Merel, maar dan een stuk schuwer.
Zijn verenkleed is grijsbruin, vandaar de naam. Maar het echte kenmerk is zijn gedrag. Je ziet hem vaak zitten op een uitkijkpost: een braamstruik, een losse tak, of een afrastering.
Vanuit daar jaagt hij op insecten, kleine hagedissen en muizen. Hij is een echte rover, een ‘shrike’ in het Engels, en hij heeft de neiging zijn prooi op doorns of prikkeldraad te speten. Dat heet ‘impaling’.
Een macaber maar fascinerend gedrag. Waar vind je hem in de Maashorst? De Grauwe Klauwier is een typische bewoner van de randen van het bos.
Denk aan de zandpaden die door de heide lopen, of de overgang van naaldbos naar open veld. Net als bij vogels kijken op Vlieland zijn de bossen rondom het Reindersmeer een uitstekende plek.
Ook de zuidelijke delen van het gebied, richting de Zevenaar, zijn goed.
Je moet wel een beetje geduld hebben. Hij is schuw. Een te snelle beweging en hij duikt het struikgewas in. Blijf dus op afstand, en gebruik je verrekijker om hem te observeren. Herkenning is soms lastig, vooral als hij stil zit.
Let op de combinatie van grijsbruin, een zwarte snavel (die aan de basis dik is) en die typische staartveren. De staart is lang en eindigt in een wigvorm.
Als hij vliegt, zie je een golvende vlucht, met af en toe een korte stilstand in de lucht. Het geluid is een schor, kraaiend geluid, een beetje als een kraai die hees is. Als je dat eenmaal gehoord hebt, herken je het overal.
Het is de moeite waard om hem te volgen. Soms laat hij zich van zijn beste kant zien en kun je hem prachtig zien jagen.
De Rode Wouw: de koning van de lucht
De Rode Wouw is de trots van de Maashorst. Geen andere roofvogel straalt zoveel elegantie uit. Zijn roodbruine verenkleed glanst in de zon, en zijn lange, smalle vleugels en diep gegroefde staart maken hem tot een onmiskenbare verschijning.
Hij zweeft alsof hij aan een draadje hangt, met zijn vleugels in een lichte V-vorm.
In de Maashorst broedt hij in de oude eikenbossen en in de hoge naaldbomen. Net als bij de vogelkijkhutten van de Ennemaborg is het een indrukwekkend gezicht om hem boven de heide te zien cirkelen, op zoek naar prooi.
De jachttechniek van de Rode Wouw is uniek. Hij jaagt niet zozeer vanuit de lucht, maar vaak vanaf een uitkijkpost. Hij zit hoog in een boom, scant de omgeving, en daalt dan plotseling neer om een prooi te grijpen.
Zijn dieet bestaat voornamelijk uit muizen, maar ook slangen en hagedissen staan op het menu.
In de Maashorst is de kans groot dat je hem ziet vliegen boven de open vlaktes. Vooral in de vroege ochtend en late middag, als de zon laag staat, is het spektakel compleet. Om de Rode Wouw te spotten, heb je een goede verrekijker nodig. Een 8x42 of 10x42 is ideaal.
Zoek naar de typische vlucht: rustige, diepe vleugelslagen afgewisseld met zweven. De staart is diep ingesneden, wat hem een heel ander profiel geeft dan de Bruine Kiekendief, een roofvogel die je ook terugziet in de vogelrijkdom van de Dollard.
Let ook op de lichte tekening op de vleugels. De Rode Wouw is een bedreigde soort, dus elke waarneming is er een om te koesteren.
Wees voorzichtig, blijf op afstand en verstoor hem niet, zeker niet tijdens het broedseizoen.
Uitrusting: wat heb je nodig om optimaal te genieten
Je hebt geen dure spullen nodig om van vogelen te genieten, maar goede optiek maakt een wereld van verschil.
Voor de Maashorst, met zijn open vlaktes en bossen, is een verrekijker met een veelzijdige vergroting een must. De Zeiss Victory 8x42 is een topkeuze. Hij helder, scherp en lichtsterk.
De prijs ligt rond de €1800,-. Dat is een flinke investering, maar je koopt letterlijk een nieuwe kijk op de wereld.
Een meer betaalbare optie is de Vortex Diamondback HD 8x42, voor ongeveer €350,-.
Deze biedt uitstekende kwaliteit voor zijn prijsklasse. Een statief is voor de Rode Wouw en de Grauwe Klauwier niet perse nodig, maar als je ze langere tijd wilt volgen, is het een uitkomst. De Manfrotto Compact Action is licht en makkelijk mee te nemen, voor zo’n €80,-. Voor de meer ervaren vogelaar is een telescoop een must.
De Kowa TSN-883 met een 25-60x oculair is een geweldige combi. Je kunt dan vanaf een afstandje de veren van een Grauwe Klauwier tellen.
Reken op een prijs vanaf €2500,- voor een dergelijke setup. Het is de investering waard als je serieus bezig bent. Naast optiek is kleding belangrijk.
De Maashorst kan winderig zijn. Een winddichte jas, zoals de Fjällräven Keb, is onmisbaar.
Ook goede wandelschoenen, bijvoorbeeld de Meindl Island (rond de €250,-), zorgen dat je comfortabel door het zand en de heide kunt lopen. Neem ook een notitieboekje mee, zoals de Rite in the Rain (€15,-), om je waarnemingen vast te leggen. Het helpt je om beter te kijken en dingen te onthouden. Uiteindelijk draait het om de ervaring, en goede spullen versterken die ervaring.
Praktische tips voor je bezoek aan de Maashorst
Om het