De Alk op de Noordzee: Waar heb je de meeste kans bij een zeetrek-telling?
Sta je weleens op een dijk en kijk je uit over de zee, met je verrekijker in je hand?
Dan heb je misschien al wel eens een groepje Alken zien voorbijkomen. Ze zijn onmiskenbaar: compact, donker, met een sierlijke witte vleugelstreep.
Maar om ze echt goed te tellen tijdens een zeetrek-telling, moet je op de juiste plek en het juiste moment zijn. Waar en wanneer? Dat vertel ik je hier.
Waarom die Alk eigenlijk zo'n bijzondere gast is
De Alk (Alca torda) is voor veel vogelaars een soort die je vooral in de winter aan de kust ziet.
In de broedtijd zitten ze op zee, op rotseilanden in het noorden. In Nederland zie je ze dus vooral als trekkers of als wintergasten die hier aan het overwinteren zijn.
Ze duiken voor vis en kunnen behoorlijk diep gaan, tot wel 150 meter! Wat ze super interessant maakt voor een zeetrek-telling, is hun gedrag. Je ziet ze vaak in groepjes vliegen, laag over het water, met snelle, directe vleugelslagen. Ze zijn minder wendbaar dan meeuwen.
Als je een groepje Alken ziet, is het dus een kwestie van tellen en je verrekijker scherpstellen.
Ze zijn een belangrijke indicator voor de gezondheid van het mariene ecosysteem. Je herkent ze makkelijk: een kleine, compacte zeilvogel. In de winter hebben ze een witte buik en een donkere rug.
In de broedtijd verandert hun snavel: die wordt felrood met een witte streep. Als ze vliegen, laten ze een duidelijke witte vleugelstreep zien. Dat is hét kenmerk om ze te onderscheiden van de Drieteenmeeuw of de Zeekoet.
De beste plekken om Alken te tellen
Wil je Alken tellen? Dan moet je op een plek staan waar ze langsvliegen.
Dat zijn niet overal aan de kust even goed. De Noordzee is een trekroute, maar de beste plekken zijn die waar de vogels gedwongen worden dicht langs de kust te vliegen.
Denk aan de Afsluitdijk, de kop van Noord-Holland of de Zeeuwse eilanden. De Afsluitdijk is misschien wel de absolute topper. De combinatie van de stroming en de ondiepe Waddenzee aan de ene kant en de diepe Noordzee aan de andere kant zorgt voor een enorme visrijkdom.
Alken (en andere zeevogels) verzamelen zich hier om te eten. Vanaf de dijk, bij de sluizen of bij de observation points, heb je een geweldig uitzicht op soorten zoals de zeldzame Rosse Franjepoot. Je ziet ze soms in groepen van tientallen tegelijk. Ook de pier van IJmuiden is een fameuze spot.
Hier loop je letterlijk de zee in en kun je overzicht houden.
De vogels moeten hier langs. Andere goede locaties zijn de Oosterscheldekering (Nieuwe Waterweg) en het Haringvliet.
Bij het Haringvliet zie je ze vaak in de winter, op zoek naar vis die met de getijdenstroming meekomt. Kies een plek met wind mee, dat vliegt een stuk prettiger.
Hoe je een zeetrek-telling precies aanpakt
Een zeetrek-telling is meer dan alleen maar tellen. Het is een gestructureerde manier van kijken.
Je kiest een vaste tijd, bijvoorbeeld 3 uur na zonsopkomst, en telt alles wat er in een bepaalde richting voorbij komt.
Je noteer je starttijd, eindtijd, weersomstandigheden en windkracht. Die data zijn cruciaal voor wetenschappelijk onderzoek. De tellingen die je doet, lever je in bij organisaties als Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Zij verzamelen deze data en gebruiken ze om trends in de vogelpopulaties te volgen. Jouw telling van 15 Alken op een zaterdagochtend in november draagt dus bij aan een veel groter geheel. Zeker na een storm is de herkenning van de kleine alk essentieel voor dit soort burgerwetenschap. Om te tellen heb je een verrekijker nodig die scherp stelt op afstand.
Een 8x42 is een standaard maat. Wil je net iets meer licht vangen, kies dan voor een 10x42.
De vergroting helpt je om de witte vleugelstreep bij verre groepjes te zien. Merken als Swarovski (NL Pure), Zeiss (Victory) of Leica (Noctivid) zijn top, maar een Steiner Navigator Pro of een Vortex Diamondback is voor de meeste tellers al meer dan voldoende. Prijzen variëren van €250 tot €2500, afhankelijk van je budget.
"Een verrekijker die lichtsterk is, is goud waard bij bewolkt weer. Zeker als je in de wintermaanden tellen."
Praktische tips voor de beginnende teller
Voordat je gaat, check het weer. Harde wind (meer dan kracht 6) maakt het tellen lastig en gevaarlijk op een dijk. Mist is funest.
Kies een dag met rustig weer, liefst met zicht tot ver het water op. Neem ook iets warms mee, want stil staan aan de kant van de Noordzee in november is koud. Zorg dat je je verrekijker goed instelt.
Zet je bril op correcte afstand. Gebruik een statief als je langere tijd wilt tellen.
Dat voorkomt vermoeide armen. Als je een groep Alken ziet, tel ze dan in blokken van vijf. Dat gaat sneller.
En schrijf meteen een 't' als je een trekvogel ziet, of een 'z' voor een zittende vogel. De Alk is een prachtige vogel. Let bij het verschil tussen de alk en zeekoet vooral op de snavelvorm en de zwemhouding. Door zijn compacte bouw verdient hij je volle aandacht.
Ga op pad, zoek een goede plek en geniet van de trektelling. Elk vogeltje dat je telt, helpt.