Vogelvoer voor de zwarte roodstaart: Waarom ze dol zijn op meelwormen

H
Hans de Groot
Ornitholoog & Senior Veldvogelaar
Vogels in de Tuin · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Zwartroodstaarten. Ze dartelen laag over je gazon, met die typieke rode staart die als een vlam oplicht in het zonlicht. Prachtig, hè? Vooral in de herfst en winter, als de tuin wat kaal wordt, is hun aanwezigheid een feestje.

Maar ze zijn ook kieskeurig. Ze sjokken liever op de grond dan dat ze in de voedersilo hangen.

En precies daarom zijn meelwormen zo’n schot in de roos. Dit is het ultieme, energierijke voer dat ze in hun snavel kunnen wensen.

Waarom meelwormen het perfecte buffet zijn

De zwarte roodstaart is een echte grondeter. In de natuur pikt hij zijn eten bij elkaar tussen het afgevallen blad en in de korte grassprieten.

Hij houdt niet van gehannes in de boomtoppen. Een meelworm is voor hem een makkelijke prooi.

Ze bewegen een klein beetje, wat de aandacht trekt, en ze zitten boordevol vet en eiwit. Dat is precies wat een kleine zangvogel in de koude maanden nodig heeft om warm te blijven. Denk even aan de energie.

Een meelworm bestaat voor een groot deel uit vet. Dat is Brandstof met een hoofdletter. Als het buiten vriest dat het kraakt, is het net alsof je een energiereep aan een vogel geeft. Ze kunnen hierdoor langer overleven zonder te eten en hebben de kracht om op te vliegen voor een slok water of om te schuilen.

Zonder die extra energie is de winter een zware opgave. En het eiwit?

Dat is de bouwstof. In de rui, als ze hun oude veren moeten vervangen door nieuwe, is eiwit onmisbaar.

Maar ook als ze net uit het zuiden zijn teruggekomen, zijn ze vaak uitgeput. Een vetbol met meelwormen of losse meelwormen helpen ze om weer op krachten te komen voor het broedseizoen begint. Het is een directe investering in hun overleving en voortplanting.

Hoe je ze het beste aanbiedt: de werking in de praktijk

Het draait allemaal om de presentatie. Gooi je een bakje vol meelwormen op de grond, dan is de kans groot dat je ook duiven of eksters aantrekt.

Die zijn sneller en groter. De zwarte roodstaart is wat schuwer en houdt van dekking. De truc is om het vogelvoer voor de zwarte roodstaart zo aan te bieden dat het makkelijk te vinden is voor hem, maar minder interessant voor de grotere vogels.

De klassieke methode is een lage voederplek. Denk aan een open voerton of een simpel plateau vlak bij de struiken.

Zwartroodstaarten zoeken graag de rand op van begroeiing. Ze vliegen vanaf een takje laag naar beneden, pikken iets op en vliegen terug. Een plateau op ongeveer 10 cm hoogte is ideaal, net als een beschut vogelhuisje voor de zwarte mees in de buurt.

Zorg dat er wat losse bladeren rond liggen, dan voelt het voor hen natuurlijk. Net als vogelvoer voor de appelvink is de meelwormenbol een favoriet onder vogelaars.

Dit is een vetbol, maar dan gevuld met meelwormen in plaats van pinda’s of zaden.

Je hangt hem op, maar de truc is dat je hem soms ook even los maakt en op een schoteltje legt. De wormen die eruit vallen, worden door de roodstaart makkelijk van de grond gepakt. Let wel op dat je vetbollen koopt met een netje. Zonder netje blijven ze plakken en dat is vies en gevaarlijk voor de vogel.

Als je écht serieus bent, is een meelwormen voedersilo een optie. Dit zijn silo’s met kleine openingen waar de wormen uitvallen of waar ze aan vastzitten.

Hang hem niet te hoog. Op ooghoogte of net iets lager. De roodstaart ziet ze dan hangen en vliegt erop af.

Let wel: deze silo’s zijn vaak gemaakt voor de grotere vogels. Je moet soms een klein beetje helpen door de opening een stukje af te dekken met tape, zodat er maar één worm tegelijk uitkomt. Dat trekt de aandacht.

Soorten meelwormen en wat ze kosten

Er zijn een paar varianten in de winkel. Het is handig om te weten wat je koopt, want niet alle wormen zijn hetzelfde. De meest voorkomende is de ‘gewone’ meelworm (Tenebrio molitor).

Dit is het larvestadium. Die zijn prima, maar bevatten minder vet dan de wat oudere versies.

Tip: Koop nooit meelwormen bij de supermarkt voor reptielen. Die zijn vaak van lagere kwaliteit en niet specifiek bedoeld voor wilde vogels. Ga naar een speciaalzaak.

Praktische tips voor de beste resultaten

Het gaat niet alleen om kopen en gooien. Een beetje planning maakt het verschil. Vogels zijn gewoontedieren.

Ze raken vertrouwd met een plekje. Als je begint met voeren, houd dat dan vol.

  1. Timing is alles: Begin in oktober of november met het aanbieden van extra vetrijk voer. Vooral als de eerste nachtvorst is geweest. De vogels zijn dan net begonnen met de winter.
  2. Combineer het: Mix de meelwormen door een vetbol. Neem een basisvetbol (rond de €2-€4) en prikt er met een vork wat gaten in. Stop er een handje levende of ontdooide meelwormen in. Dit is een feestmaal.
  3. Water, water, water: Dit is minstens zo belangrijk. Vetrijk eten maakt dorstig. Zorg voor een bakje water dat niet bevriest. Een ondiep schoteltje met laag water werkt goed. Zet het in de zon of ververs het als het dichtvriest.
  4. Voederplek schoonhouden: Meelwormen kunnen een beetje rommel geven (kruimels). Schep het bakje eens in de week leeg. Dit voorkomt dat er schimmel ontstaat of dat ratten op bezoek komen.
  5. Let op de hoeveelheid: Geef niet te veel in één keer. Een klein handje per dag is voor een gemiddelde tuin genoeg. Je wilt voorkomen dat het bederft of dat het een enorme aantrekkingskracht wordt voor ongedierte.

Ze weten dan dat er bij jou eten te vinden is en ze komen vaker. Hier zijn een paar concrete dingen die je kunt doen: Met deze aanpak ben je niet zomaar een bijvoeder, je bent een gastheer.

En als je dan straks met je verrekijker in de hand zit, en je ziet die prachtige zwarte vogel met het vurige staartje genieten van jouw zorgvuldig uitgezocht maaltje, dan weet je dat je het goed gedaan hebt. Dat is genieten geblazen.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Vogels in de Tuin
Ga naar overzicht →
H
Over Hans de Groot

Hans is ornitholoog en veldvogelaar met meer dan 30 jaar ervaring. Hij heeft in 45 landen gevogeld en meer dan 2.800 soorten gespot. Hij schrijft voor Limosa, het tijdschrift voor de Nederlandse Ornithologische Unie.