Kanoet in het Waddengebied: Groepsvorming en voedsel
Staan we even stil bij de Kanoet. Je ziet ze wel eens op de slikken van het Wad, die donkere steltlopers met die opvallende snavel.
Ze zien er een beetje uit als een steenloper, maar dan net even anders. In het broedseizoen zijn ze te herkennen aan die prachtige oranje borstveren, die bij de vogel van verre lijken op een vlekje modder. In de winter, als ze hun kleed wisselen, zijn ze wat valer en meer grijsbruin.
De snavel is lang en recht, en aan de bovenkant een beetje bol. Dat is typisch voor de Kanoet.
Ze zijn er in twee soorten: de Kanoet en de Grote Kanoet.
De Grote Kanoet is, zoals de naam al zegt, een maatje groter. Je herkent hem aan de langere poten, een langere snavel en die typische grijze rug met heldere witte stippen. De 'gewone' Kanoet heeft meer bruin op de rug en een kortere snavel. In het Waddengebied kun je ze allebei tegenkomen, vooral tijdens de trek.
De Kanoet broedt in de toendra's van het Hoge Noorden, van Scandinavië tot Siberië. Als de herfst invalt, trekken ze massaal naar het zuiden, en een groot deel van die populatie komt terecht in onze Waddenzee.
Dat is hun winterverblijf. Ze overwinteren hier omdat het water hier niet dichtvriest en ze volop voedsel kunnen vinden. De Waddenzee is dus van levensbelang voor deze soort.
Waarom die groepsvorming zo slim is
Als je in de herfst of winter naar het Wad kijkt, zie je ze vaak in groepen vliegen.
Soms tientallen, soms wel honderden. Dat groepsvliegen is niet zomaar voor de lol. Het is een perfecte overlevingsstrategie.
Eén vogel die alleen vliegt, is een makkelijke prooi voor een slechtvalk of een torenvalk. Maar als er twintig Kanoeten tegelijk opvliegen, raakt een roofvogel in de war.
Die kan niet kiezen welke hij moet pakken. De groep zorgt voor veiligheid.
Ze vliegen in een strakke formatie, draaien en keren als één lichaam. Dat maakt het voor een predator bijna onmogelijk om een specifiek individu uit te pikken. Er is nog een reden: energie besparen. Net als bij wielrenners die in het peloton rijden, profiteert een Kanoet die achter een andere vliegt van de luchtstroming die die eerste veroorzaakt.
De luchtweerstand is voor de vogel erachter een stuk minder. Dat betekent dat ze minder energie verbranden tijdens hun lange vluchten van en naar het voedselgebied.
In de Waddenzee moeten ze soms flinke stukken vliegen tussen de beste plekken om te eten. Door in groepen te vliegen, houden ze energie over voor andere belangrijke dingen, zoals warm blijven of vet opbouwen voor de terugreis. Die groepsvorming zie je niet alleen in de lucht.
Op het wad zelf verzamelen ze zich vaak in grote groepen om te rusten.
Ze zitten dan dicht op elkaar, soms wel honderden tegelijk. Dit gedrag heeft alles te maken met de koude wind die over het platte water waait. Door dicht bij elkaar te zitten, creëren ze een soort microklimaat.
Ze beschermen elkaar tegen de wind en de kou. Bovendien is het veiliger: met zoveel ogen tegelijk die de omgeving in de gaten houden, is de kans op een verrassingsaanval van een roofvogel veel kleiner.
Het Waddengebied: een restaurant met variatie
De Waddenzee is voor de Kanoet een enorm uitgestrekt restaurant. Maar net als bij elk restaurant zijn er favoriete gerechten en plekken.
De Kanoet is een echte specialist. Zijn lange, gevoelige snavel is een perfect gereedschap om kleine diertjes te vinden die diep in het slik of zand zitten. Net als bij de herkenning van de Terekruiter, is de snavelvorm essentieel; hij steekt zijn snavel in de modder en voelt met de punt naar prooidieren.
Dat doet hij met een typische beweging: hij steekt zijn snavel in het slik en trekt hem snel terug, een techniek die elke ornitholoog herkent. Net als bij de gelijkenis tussen de kwak en roerdomp, draait alles om de juiste details terwijl hij met zijn voeten trappelt om de boel op te schrikken.
Het dieet verschilt per seizoen. In de zomer, als ze broeden in de poolstreken, eten ze vooral insecten, spinnen en larven. Ze zoeken die tussen de mossen en korstmossen op de toendra.
In de herfst en winter, als ze hier zijn, schakelen ze over op andere dingen. In het ondiepe water van de Waddenzee zoeken ze naar kleine schaaldieren zoals garnalen en mysid (spookgarnalen).
Ze eten ook wormen en kleine weekdieren die in het slik leven.
Vooral de combinatie van het getij en de Kanoet is belangrijk. Bij laag water, als de platen droogvallen, kunnen ze niet eten. Ze moeten wachten tot het water weer stijgt. Zodra de eerste laag water de slikken bedekt, komen de wormen en garnalen tevoorschijn.
Dat is het moment dat de Kanoeten hun groepen verlaten en als een horde kleine loopvogels over het slik trekken, een prachtig schouwspel vergelijkbaar met de massale vluchten van de kanoetstrandloper boven de Wadden. Ze lopen met een typisch kantelend beweging, hun snavel voortdurend in het water of het slik dompelend.
Ze zoeken op beschutte plekken, zoals in de geulen of aan de rand van de wadplaten, waar de stroming minder sterk is en de prooidieren zich ophopen. Het is dus geen willekeurige zoektocht. Kanoeten zijn experts in het aflezen van de omstandigheden.
Ze weten precies waar en wanneer ze moeten zijn voor de beste maaltijd. Hun aanwezigheid in het Waddengebied is een perfecte afspiegeling van de rijkdom van dit unieke ecosysteem.
De beste plekken en hoe je ze spot
Wil je Kanoeten in het Waddengebied zien, dan weet je nu dat je moet zoeken naar groepen.
Ze zijn geen solitaire vogels. In de wintermaanden, vanaf september tot maart, zijn ze hier in groten getale aanwezig. De beste plekken zijn de uitgestrekte slikken en zandplaten. Denk aan de gebieden rond Schiermonnikoog, of de platen voor de kust van Friesland en Groningen.
Vanaf de dijk of vanuit een vogelkijkhut heb je vaak een prachtig zicht. Een plek die je moet onthouden is het gebied bij de Robbenolplaat of de Balg.
Als het water zakt, verzamelen ze zich daar om te rusten en te wachten tot het weer vloed wordt.
Je ziet dan soms duizenden vogels bij elkaar. Het is een indrukwekkend gezicht, net als het porseleinhoen spotten in het riet. Ze zitten dan vaak in de beschutte kant van een geul of in een kommetje in het land, zodat ze uit de wind zitten.
Wat betreft je spullen: een goede verrekijker is essentieel. Je hoeft niet meteen de allerduurste te hebben, maar iets met een beetje vergroting en helder beeld helpt enorm.
Een model als de Vortex Diamondback HD 8x42 (rond de €300) is een uitstekende instapper. Daarmee zie je de details van de veren en de snavel prima. Als je serieuzer wordt, kun je kijken naar een Swarovski CL 8x30 (rond de €1500).
Die is compacter en lichter, wat fijn is als je lang moet lopen.
De vergroting is misschien minder groot, maar het beeld is fenomenaal. Voor de vogelaar die alles wil zien, is een telescoop onmisbaar.
Een modell als de Kowa TSN-883 met een 25-60x oculair (een setje vanaf €1800) geeft je het gevoel dat je naast de vogel staat.
Je ziet dan precies of het nu om een Kanoet of een Grote Kanoet gaat. Als je een groep ziet, neem dan de tijd. Ga op een afstand zitten en observeer. Kijk hoe ze bewegen, hoe ze reageren als er een roofvogel overvliegt.
Luister ook naar hun geluiden. De Kanoet heeft een zacht, klagend "tuut" of "kwiet" geluid.
Het is niet zo luid als dat van een Scholekster of een Kokmeeuw.
Als je een groep hoort opvliegen, hoor je vaak een zacht geratel of geflapper, gevolgd door die typische roep.
Praktische tips voor de vogelaar
Als je eropuit trekt, zijn er een paar dingen die je kunt doen om je kansen op een goede waarneming te vergroten.
Allereerst: check het getij. Je wilt het Wad op als het water laag staat, maar net genoeg water om de vogels te laten foerageren. Of juist als het water net stroomt om te zien hoe ze verzamelen om te rusten. Websites van Rijkswaterstaat of speciale getijde-apps geven dit precies aan.
Verder is kleding belangrijk. Op het wad is het vaak kouder en winderiger dan op het vasteland. Een goede, winddichte jas en laarzen zijn onmisbaar. Denk aan laarzen van bijvoorbeeld Muck Boots (vanaf €120). Ze zijn waterdicht en warm. Ook een goede zonne