Hoe voorkom je dat duiven al het vogelvoer opeten?
Stel je voor: je hebt net een prachtige Swarovski ATX 95 spotting scope aangeschaft, je favoriete optreklijst staat klaar en je hebt een uurtje vrijgemaakt om de tuin in te duiken. Je schuift de schuifdeur open, vol verwachting om een frisse Koperwiek of een schichtige Witnekbraam te spotten. Wat zie je?
Een paar grijze duiven die als een stofzuiger alles leegroden. Je voedersilo hangt leeg, de grond ligt bezaaid met kruimels en van die mooie kleine vogels is geen spoor. Herkenbaar?
Het is de frustratie van menig ornitholoog in spé. Duiven zijn slim, sterk en niet bang. Ze verstoren je vogelkijk moment en jagen de kleinere, fragielere Nederlandse vogels weg.
Maar er is hoop. Met een slimme aanpak en de juiste materialen kun je je voederplek terugclaimen voor de vogels die je écht wilt zien.
Stap 1: Kies de juiste voedersilo (de eerste verdedigingslinie)
De meest gemaakte fout is het kopen van een goedkope, open voederschaal of een silo met een te grote opening. Duiven hebben een flinke spanwijdte en kunnen hun vleugels makkelijk spreiden om bij het voer te komen. Ze zijn bovendien zwaarder dan een huismus of een koolmees.
Een standaard 'pindaslinger' of een open bakje is een open buffet voor ze.
Investeer in een kwalitatieve vogelvoersilo die specifiek is ontworpen om duiven buiten te houden. Kijk naar modellen van merken als HeGa of Trixie.
De sleutel is de constructie. Een goede silo heeft een kunststof gaas dat klein genoeg is om een duif tegen te houden, maar groot genoeg voor een koolmees om doorheen te kijken en te pikken. Let op: een doorsnee opening van maximaal 4-5 cm is veilig voor de kleinere vogels.
Duiven passen daar niet doorheen. Sommige silo's hebben een transparante kunststof kap die de bovenkant afdekt, zodat duiven niet van bovenaf kunnen landen en het voer eruit peuteren.
De investering ligt tussen de €25 en €60, maar het bespaart je een hoop geld en ergernis.
Veelgemaakte fouten bij aanschaf
- Te grote openingen: Controleer de maatvoering. Een gat van 6 cm of meer is een open uitnodiging voor duiven.
- Instabiele silo's: Een duif is zwaar. Een licht, plastic bakje zal omwaaien of openbreken.
- Geen bescherming tegen regen: Nat voer is ongezond en trekt ongedierte aan. Een goede kap is essentieel.
Stap 2: De Strategische Plaatsing (locatie, locatie, locatie)
Waar je de silo ophangt, is minstens zo belangrijk als de silo zelf. Duiven zijn loopvogels. Ze houden niet van klimmen en klimmen niet graag omhoog aan dunne touwtjes of door struiken.
Ze houden van open vlaktes waar ze makkelijk kunnen landen en zien aankomen.
Hang je silo dus niet zomaar in het midden van je gazon of aan een losse tak. Zoek een plekje dat minder toegankelijk is voor duiven. Een goed idee is om de silo op te hangen aan een dunne, soepele lijn (geen touw, dat kunnen ze beetpakken) onder een afdakje, zoals een overkapping of een schuurtje.
Hang hem op een hoogte van minimaal 1,5 meter, maar liever 2 meter. Zorg dat er geen 'opstapjes' zijn in de buurt, zoals een schutting of een lage tak, waar een duif vanaf kan springen.
Timing is alles
Plaats de silo dicht bij een raam. Zo kun jij vanuit je luie stoel genieten van de koolmezen en pimpelmezen die langskomen, en heb je meteen een perfecte plek voor je verrekijker of spotting scope om ze te bekijken. Probeer de silo 's ochtends vroeg te vullen, net voordat de duiven massaal actief worden. Kleine vogels zijn vroegebirds en eten het liefst in de ochtend.
Als jij rond 07:00 uur je silo vult met lekkere zonnebloempitten of pinda's, zijn de koolmezen er als de kippen bij.
Tegen de tijd dat de duiven rond 09:00 uur hun ronde beginnen, is het meeste lekkere voer al opgegeten door de kleintjes. De duiven moeten het dan doen met de kruimels die eventueel zijn gevallen. Dit werkt alleen als je de grond eronder schoon houdt, zie stap 4.
Stap 3: Kies het juiste voer (lok de goede gasten)
Wat je in de silo stopt, bepaalt wie erop afkomt. Duiven zijn alleseters, maar ze zijn dol op maïs en zonnebloempitten.
Ze zijn minder happig op vetbollen van hoogwaardige kwaliteit. Een simpele, goedkope vetbol met een dun laagje vet en veel graan is voor een duif makkelijk op te eten. Een goede vetbol, gemaakt van ongesmolten vet en boordevol pinda's en zonnebloempitten, is harder en minder aantrekkelijk voor een duif die lui is.
Focus op voer dat specifiek is voor kleine zangvogels. Pinda's zijn een topper.
Ze zitten boordevol energie en worden door bijna alle Nederlandse vogels in de tuin gewaardeerd, net als het speciale vogelvoer voor de goudvink.
Gebruik ongepelde pinda's in een pindasilo die aan een draad hangt. Duiven kunnen die moeilijker hanteren. Zonnebloempitten (ongepeld) zijn ook goed, maar zorg dat ze in een silo zitten waar ze niet zomaar uitvallen. Vermijd goedkope mengelingen met veel maïs en tarwe.
Die zijn een duivenmagneet. Kwaliteitsvoer is iets duurder (een zak van 5 kg kost rond de €20-€25), maar je verspilt minder en trekt meer verschillende soorten aan, zoals de prachtige Keep of de Groenling.
Wat te doen met vetbollen?
Vetbollen zijn een geweldige energiebron, vooral in de winter. Hang ze op in een vetbolhouder met een gaas. Duiven kunnen de bol weliswaar pikken, maar het gaat langzamer en ze laten veel kruimels vallen.
Hang de vetbolhouder op een plek waar je de kleinere vogels goed kunt zien.
Een tip: maak je eigen vetbollen. Smelt ongezouten reuzel (te koop bij de slager voor een paar euro per kilo) en meng het met pinda's en zonnebloempitten. Giet het in een vorm en laat het uitharden. Dit is harder en minder 'snaai-voer' dan fabrieksvetbollen.
Stap 4: De Omgeving Beheren (de kruimeljacht)
Het maakt niet uit hoe goed je silo is, er zullen altijd wel een paar kruimels vallen. Duiven zijn opportunistisch.
Zien ze een buffet op de grond, dan blijven ze komen. De kunst is om die kruimels onaantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld door zelf een compacte vogelvoer krans te maken. Dit is waarschijnlijk de meest vergeten stap.
Je kunt de beste silo van de wereld hebben, maar als de grond eronder vol ligt met voer, blijven de duiven hangen. Maak de grond onder en rondom de voederplek regelmatig schoon.
Gebruik een bezem of een bladblazer om de kruimels te verwijderen. Dit klinkt als een klusje, maar het is essentieel.
Zorg dat er geen 'wildgroei' ontstaat, kies voor een vogelvriendelijke erfafscheiding van takkenrillen en leer hoe je vogelvoer vers houdt. Een andere slimme truc is om de bodem van de voederplek te bedekken met een laag kiezels of scherp zand. Duiven houden niet van oneffen ondergrond waar ze niet makkelijk op kunnen lopen. Katten en duiven vinden het niet fijn om op scherp grind te lopen.
Dit werkt ook nog eens goed tegen katten die op jacht gaan naar kleine vogels. Een zak kiezels van 5 kg bij de bouwmarkt kost een paar euro en helpt enorm.
Combineer met water
Een andere manier om duiven te verleiden elders heen te gaan, is door ze een andere plek te geven om te eten en te drinken. Zet een ondiep vogelbadje of een schaal water op een open plek in de tuin, ver van je vogelvoederplek. Duiven houden van waterbaden en zullen daar eerder naartoe gaan om te drinken en te badderen.
Zo leid je ze een beetje af van je kostbare voederplek. Zorg dat het water schoon is en ververs het dagelijks.
Vooral in de zomer is dit een attractie voor alle vogels.
Stap 5: De Alternatieve Aanpak (als het écht niet lukt)
Als