Hoe lok je de matkop en glanskop naar je voedersilo

H
Hans de Groot
Ornitholoog & Senior Veldvogelaar
Vogels in de Tuin · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: je zit in de tuin met een dampende mok koffie, je verrekijker (misschien een Swarovski NL Pure of een scherpere Vortex Vanquish) binnen handbereik. Je hebt net de tuin op orde gemaakt, de border bijgewerkt en je favoriete voedersilo gevuld. En dan… flits! Een matkop of glanskop schiet voorbij.

Ze zijn schuw, snel en vaak net iets te ver weg om echt te zien hoe prachtig hun verenkleed is.

Je wilt ze dichterbij krijgen, ze aan je silo binden. Maar hoe? Je kunt ze niet zomaar roepen.

Het draait allemaal om het creëren van de perfecte setting. Een veilig paradijsje waar ze van nature op afkomen. Dit is de handleiding om jouw tuin om te toveren tot een magneet voor deze twee parels onder de Nederlandse vogels.

Wat je in huis moet halen: De basisuitrusting

Voordat je begint, even checken of je het juiste spul hebt. Het gaat hier om fijnmazige details.

De matkop (Parus major) en glanskop (Parus cristatus) zijn geen grofkorrelige eters. Ze willen kwaliteit. Een simpele vetbol uit de supermarkt is vaak niet genoeg, en al zeker niet specifiek genoeg om ze exclusief naar jouw tuin te lokken. Je hebt het volgende nodig:

Stap 1: De juiste locatie kiezen (De 'veilige' val)

Je kunt het beste voer hebben, als de locatie verkeerd is, blijven ze weg.

De matkop en glanskop zijn bosvogels in hart en nieren. Ze houden van structuur, dekking en overzicht. Ze willen niet in het kale midden van je gazon staan.

Dat voelt voor hen als een open schietbaan voor sperwers. Zoek een plekje dicht bij een heg, een boom of een groene border.

Idealiter zit er vanaf de zitplek van de vogel (meestal een tak vlakbij) zicht op de silo, maar ook een vluchtroute.

De vogel moet zich 'gedekt' voelen. Hang of zet de silo op ongeveer 1,5 tot 2 meter hoogte. Te laag voelt te kwetsbaar, te hoog maakt het moeilijk voor ze om te eten. Een veelgemaakte fout is het plaatsen van de silo pal tegen een muur.

De vogels hebben aan de achterkant geen zicht op dreiging. Zorg dat er rondom ruimte is, of in ieder geval aan de zijkanten. De vogel moet kunnen zien wie er aankomt.

Stap 2: De lokker gebruiken (De specifieke smaak)

De matkop en glanskop zijn dol op vetrijk voer, maar ze zijn kieskeurig. Om ze specifiek te lokken, moet je het 'witte goud' inzetten: de pinda.

Maar niet zomaar een pinda. De matkop houdt van pinda's die in de schil zitten. Ze zijn sterker en blijven langer vers.

De glanskop is er ook gek op, maar is wat kleiner en kan moeilijker overweg met dikke pindaschalen.

Daarom is een mix ideaal. Stort in je silo of op je plateau een royale laag ongepelde zonnebloempitten. Dit vogelvoer voor de appelvink en andere zangvogels is een ideale basis.

Meng hier nu een flinke hand pindanoten doorheen. De geur van pinda's trekt van verre aan.

De matkop ruikt dit en komt nieuwsgierig kijken. De glanskop volgt al snel.

Probeer eens wat levende meelwormen te geven, of gedroogde (die je even weekt). Dit is een delicatesse. Strooi een handjevol losse meelwormen op de voederplank, los van de silo. Dit lokt de vogels naar de grond of een lager niveau, wat de drempel verlaagt om te landen. De prijs van gedroogde meelwormen ligt rond de €8,- per kilo, een investering die zich uitbetaalt in de hoeveelheid vogels.

Stap 3: Water als ultieme trekpleister

Als er één ding is dat werkt, zelfs in de strengste winter, dan is het water. De matkop en glanskop drinken graag, maar nog liever baden ze.

Ze houden van klein, helder water waar ze makkelijk in en uit kunnen springen.

Een diepe emmer is niks voor ze; ze voelen zich niet veilig. Zet een vogelbadje neer op ongeveer 30 tot 50 cm hoogte. Gebruik een bakje met een ondiepe rand.

Vul het met schoon water, ongeveer 2 tot 3 centimeter diep. Plaats het badje op een open plek, maar wel in de buurt van beschutting.

Ze moeten het water kunnen zien vanaf hun stek in de struik. Veel fouten worden gemaakt met het badje in de winter. Laat het niet bevriezen. Een simpele tip: zet er een zonne-energie pompje in (te koop vanaf €15,-) die beweging houdt in het water, of ververs het water elke dag met lauw water.

De beweging en de damp trekken vogels enorm aan. Als de matkop eenmaal weet dat er water is, komt hij dagelijks terug.

Stap 4: De omgeving inrichten (De 'jungle' factor)

De matkop is een echte 'klimmer'. Hij voelt zich het thuis in bomen en struiken.

Als je alleen een silo in de lucht hangt zonder enige structuur eromheen, voelt dit voor hem onnatuurlijk. Hij zal wel eten, maar niet blijven hangen. Je moet hem een 'klimrek' bieden. Plaats de silo zo dat er takken van een boom of struik op 1 tot 2 meter afstand staan.

De vogel kan dan vanuit de boom naar de silo vliegen. Heb je geen boom?

Hang dan een oude tak horizontaal naast de silo. Dit fungeert als uitkijkpost en rustplek, net zoals een beschutte plek in dichte struiken.

De glanskop is een echte stamklimmer; hij loopt graag langs stammen omhoog. Zorg dus voor een ruwe schors of een dode tak in de buurt. Veel tuiniers maken de fout alles te netjes te maken.

Maai het gras niet te kort onder de silo. Laat een laagje gevallen bladeren liggen.

Dit geeft insecten de kans om te komen, wat weer extra voedsel is voor de vogels. De vogels voelen zich veiliger als ze niet op een kaal plateau staan.

Stap 5: Het geduldspel (Wachten en observeren)

Nu alles staat, begint het wachten. Vogels zijn routines. Het kan een paar dagen duren voordat ze de nieuwe boel hebben ontdekt.

Zorg dat je voer bij blijft. Als de silo leeg is en ze komen net kijken, zijn ze weg.

Houd de silo voor minimaal 80% vol. Probeer niet te veel lawaai te maken. Ga niet met je neus tegen het raam staan.

De matkop is alert. Gebruik je verrekijker om ze te spotten vanuit een donkere kamer. Als je ze ziet, beweeg dan rustig. Het is de kunst om onzichtbaar te zijn.

Ze moeten het idee hebben dat zij de ontdekker zijn. De glanskop is vaak de eerste die komt, gevolgd door de matkop.

De glanskop is wat schuwer en smaller, hij kruipt makkelijker weg. De matkop is brutaler en groter.

Als je eenmaal de eerste groep hebt gespot, zorg dan dat je op vaste tijden voert (bijvoorbeeld 's ochtends vroeg en tegen de avond). Ze leren je ritme snel.

Veelgemaakte fouten om te vermijden

Er zijn een paar valkuilen waar veel beginnende vogelaars intrappen. Ten eerste: het verkeerde voer. Pindakaas is populair, maar let op: het moet pure pindakaas zijn (100% pinda's), zonder zout, suiker of palmvet. De goedkope supermarkt-pindakaas zit

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Vogels in de Tuin
Ga naar overzicht →
H
Over Hans de Groot

Hans is ornitholoog en veldvogelaar met meer dan 30 jaar ervaring. Hij heeft in 45 landen gevogeld en meer dan 2.800 soorten gespot. Hij schrijft voor Limosa, het tijdschrift voor de Nederlandse Ornithologische Unie.